← Back

Wat hebben hersenwetenschappers aan een filosoof in hun midden?


Filosoof en psychiater Gerrit Glas is hoogleraar filosofie van de neurowetenschappen bij VUmc, de eerste en enige in Nederland. In zijn oratie legt Glas uit waarom de filosofie nuttig is voor hersenonderzoekers. ‘De filosofie helpt hen om overkoepelende vragen centraal te stellen en om zo de relatie met andere disciplines en de praktijk beter te leggen.’ Op donderdag 9 februari om 15:45 in de aula van de VU spreekt hij zijn oratie Touching a nerve: filosofie in de neurowetenschappen uit.

‘Bij de vertaling van neurowetenschappelijke bevindingen kan veel fout gaan. Soms worden er op basis van neurowetenschappelijke bevindingen veel te sterke, sensationele conclusies getrokken’,  aldus Glas. De media, maar ook neurowetenschappers zelf laten zich nog wel eens verleiden tot uitspraken die te kort door de bocht zijn. Volgens Glas zijn er genoeg voorbeelden te geven: ‘Er wordt een hormoon gevonden dat met hechting en verbondenheid geassocieerd is en dat krijgt dan het stempel “het knuffelhormoon”. Het knuffelhormoon wordt vervolgens gepresenteerd als het wondermiddel tegen autisme.’
De filosofie, het streven naar kennis en wijsheid, helpt hersenonderzoekers bij het vertalen van neurowetenschappelijke bevindingen, door hen kritisch en constructief na te laten denken over de betekenis van neurowetenschappelijk onderzoek. Zo kunnen zij het grote publiek op een verantwoorde manier laten kennismaken met dit neurowetenschappelijk onderzoek.
Enorme afstand
Maar ook bínnen de neurowetenschappen is er een vertaalprobleem tussen de verschillende subdisciplines, zoals de moleculaire neurowetenschap en de neurowetenschap die zich met gedrag bezighoudt. Glas vindt dit ook wel begrijpelijk, want het gaat om een enorme afstand die overbrugd moet worden.
In zijn oratie gaat Glas dieper in op de ‘taal van de onderzoeker op de werkvloer’, die volgens de hoogleraar veel filosofischer is dan de onderzoeker zelf vaak denkt. ‘Het fascinerende van de neurowetenschappen is dat conceptuele en empirische vragen voortdurend door elkaar lopen en elkaar ook oproepen. Dat maakt discussies vaak tot een feest’, stelt Glas. ‘Ook de neurowetenschappers waar ik mee werk, blijken enthousiast om over fundamentele vragen met betrekking tot de neurowetenschap na te denken.’ 

Master
Inmiddels volgen twaalf studenten de gloednieuwe master ‘filosofie van de neurowetenschappen’ die de afdeling anatomie en neurowetenschappen van VUmc samen met filosofie van de VU afgelopen september startte. In het kader van zijn nieuwe leerstoel verkent Gerrit Glas samen met zijn studenten vragen als: Wanneer is iemand een neurowetenschapper? Glas: ‘Het is heel inspirerend om met studenten na te denken over de vraag wat je als neurowetenschapper nu echt weet en wat de betekenis van je bevindingen is in het grotere geheel van de geneeskunde en van de maatschappij’.

Lees meer over de benoeming van Gerrit Glas.

Lees meer over de master ‘philosophy of neuroscience’.