Artikel over onderzoek van onderwijs in European Journal of Pharmacology


Micha Wilhelmus en Benjamin Drukarch publiceren eerste artikel over onderzoek van onderwijs in European Journal of Pharmacology. Een studie die laat zien dat studenten van de opleiding Gezondheid & Leven van de VU de meeste moeite hebben met examenvragen aangaande de farmacokinetiek, als je die vergelijkt met de andere farmacologie onderdelen binnen de cursus.

 

Lower scores in pharmacokinetics than in pharmacodynamics assessment among students in a Health and Life Sciences curriculum

In pharmacology teaching, pharmacokinetics (PK) and pharmacodynamics (PD) may be defined as part of the ‘general pharmacology’ domain, whereas effects of drugs on the autonomic nervous system and clinical trial design might be defined as part of the ‘medical’ and ‘clinical’ pharmacology domain, respectively. We recently designed a pharmacology course covering these domains for second year Health and Life Sciences students at the Vrije Universiteit Amsterdam (VU). We used a combination of lectures, problem-based learning and praticals to transfer knowledge to students in order for them to acquire sufficient knowledge and insight to solve real-world pharmacological problems. To evaluate whether we 1) successfully aligned our course objectives with both our teaching strategy and assessment, and 2) to identify topics in our course that would benefit from improvement in teaching strategy and/or effort, we determined success rate of the exam questions in above-defined pharmacology domains. We analyzed 3 consecutive second year cohorts (n = 377) of students enrolled in our course, and found a statistically significant reduction in success rate in exam questions of the general pharmacology domain (especially in PK), compared to domains covering ‘medical’ and ‘clinical’ pharmacology. In addition, we found lower success rates for ‘knows how’ questions compared to ‘knows’ questions in the combined PK/PD domain. Our data show that we overall succeeded in aligning our course objectives with both our teaching strategy and assessment, but that outcomes on the PK domain might benefit from additional attention.

VU Nieuwjaarsgala 2020


Op 23 januari j.l. vond de uitreiking plaats van de Onderwijs Innovatie prijs van de VU. Een van de drie genomineerde teams voor deze prijs bestond uit de ANW-ers Micha Wilhelmus (tweede van links), Benjamin Drukarch (derde van links), Ysbrand van der Werf (vijfde van links), aangevuld met Franciska Koens (IOO; vierde van links) en Rob van Leeuwen (VU; zevende van links). We hebben een onderwijsinnovatie idee ingediend om met behulp van een neuroanatomie app te meten hoeveel studenten en in welke mate deze studenten in hun prestatie worden beïnvloed door onzekerheid. Helaas hebben we niet gewonnen, maar we zijn trots op de nominatie.

Het filmpje met een korte pitch over de inhoud van het project is hier te vinden.

Vanaf 5 december in de bioscoop: “Samen”


Op 5 december a.s. komt de film ‘Samen’ uit .

Deze gaat over het leven van 5 Parkinson patiënten, hun partners en gesprekken met de neuroloog prof Henk Berendse (AmsterdamUMC, locatie VUmc). Het is een film over het leven van deze patiënten met een complexe neurologische ziekte en bovenal hun veerkracht. De film is gemaakt door Carmen Cobos en Kees Ryninks, zelf ook te zien in de film.

Zie: https://www.amstelfilm.nl/samen en de trailer op: https://www.youtube.com/watch?v=qi9AeiFC3yw

Documentaire Multiple Sclerose


In 2018 is Suzanne Raes met een filmcrew begonnen met opnames te maken voor een documentaire over Multiple Sclerose. In deze film staat Jeroen Geurts als gedreven MS-onderzoeker en onderzoeksleider centraal. Daarnaast is hij gefilmd met  MS patiënt Lineke van den Boezem, bij wie kort geleden MS is gediagnosticeerd. Zij is schrijfster en probeert op haar eigen manier antwoorden te vinden rond de ziekte. De fundamentele vragen die onderzoeker en patiënt zich stellen zullen in deze film elkaar op verrassende manier raken.

https://www.idfa.nl/nl/film/afd75ff3-1e5f-4b2d-ba75-487393a7626b/ms

De film zal ook worden uitgezonden op woensdag 27 november om 20:20 op NPO2

 

Hersenkrimp van de cortex oorzaak van versnelde achteruitgang bij progressieve MS


Onderzoek met MRI-scans bij 230 mensen met MS laat zien dat bij progressieve MS de hersenkrimp van de buitenste laag van de hersenen, de cortex, waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de snellere achteruitgang van het cognitief functioneren bij deze groep patiënten. Anand Eijlers en collega’s publiceerden deze resultaten onlangs in het gerenommeerde blad Neurology.

Mensen met progressieve MS gaan gemiddeld genomen harder achteruit dan mensen met de relapsing-remitting vorm van MS. Dat geldt voor hun fysieke beperkingen, zoals een afnemende loopfunctie, maar ook voor hun cognitie beperkingen, zoals een afname van de aandacht en een vermindering van het geheugen. Voor dit onderzoek zijn MRI-scans van de hersenen gemaakt bij 230 mensen met MS (mensen met relapsing-remitting MS en mensen met progressieve MS) die deel uit maken van het Amsterdam MS cohort. MRI-scans van twee meetmomenten, vijf jaar na elkaar, zijn met elkaar vergeleken.

Cortex krimp

Het blijkt dat het krimpen van hersenweefsel, ook wel atrofie genoemd, bij mensen met progressieve MS in de buitenste laag van de hersenen, de cortex, sneller gaat dan bij mensen met relapsing-remitting MS. Bijna twee keer zo snel. In de dieper gelegen hersengebieden verloopt de hersenkrimp tussen de twee groepen ongeveer net zo snel. Deze extra schade aan de cortex zou de versnelde cognitieve achteruitgang bij mensen met progressieve MS kunnen verklaren.

Andere behandelingen

Het is onduidelijk hoe de versnelde hersenkrimp in de cortex ontstaat. Er lijken bij progressieve MS in de cortex andere biologische processen gaande te zijn die de schade veroorzaken en die niet of nauwelijks reageren op de huidige MS-medicatie. Dat zou kunnen komen omdat de meest gebruikte MS medicatie zorgt voor minder ontsteking in de hersenen. Bij mensen met progressieve MS lijkt de ontstekingsreactie in de cortex echter een veel minder prominente rol te spelen. Het is dus noodzakelijk deze biologische processen in de cortex verder te onderzoeken om zo specifieke behandelingen te kunnen ontwikkelen die specifiek hierop aangrijpen.

Amsterdam MS-cohort

Een groot cohort van meer dan 350 mensen met MS die over een langere periode gevolg worden om zo het ziekteverloop beter in kaart te brengen. De eerste metingen begonnen in 2004 en de deelnemers komen om de vijf jaar naar het MS Centrum Amsterdam voor verschillende metingen, waaronder een MRI-scan en bloedafname.

Dit onderzoek is gesubsidieerd vanuit de programmasubsidie die het MS Centrum Amsterdam van Stichting MS Research ontvangt.

Cortical atrophy accelerates as cognitive decline worsens in multiple sclerosis

Anand J.C. Eijlers, Iris Dekker, Martijn D. Steenwijk, Kim A. Meijer, Hanneke E. Hulst, Petra J.W. Pouwels, Bernard M.J. Uitdehaag, Frederik Barkhof, Hugo Vrenken, Menno M. Schoonheim and Jeroen J.G. Geurts

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Cortical+atrophy+accelerates+as+cognitive+decline+worsens+in+multiple+sclerosis

Minder hersenschade door medicijn natalizumab bij mensen met MS


Natalizumab is een effectief tweedelijns medicijn op de markt voor MS. Het middel verhindert dat ontstekingscellen vanuit het bloed het centraal zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg) bereiken. Oliver Wiebenga deed onderzoek naar de werking van het medicijn met geavanceerde MRI-technieken. Bij mensen met MS, die natalizumab gebruiken, verandert zowel het hersenweefsel binnen als buiten de littekens in de hersenen. Mogelijk zorgt dit op de lange termijn voor minder klachten. Deze veranderingen waren niet meetbaar bij de controle-groep. Wiebenga promoveert op 26 september aan Amsterdam UMC, locatie VUmc.

Wiebenga heeft voor zijn onderzoek geavanceerde MRI-technieken gebruikt. Aan het onderzoek deden 55 mensen mee: 25 MS-patiënten die begonnen met natalizumab, 18 patiënten die doorgingen met conventionele medicatie en 12 gezonden vrijwilligers. Zijn onderzoek is bijzonder omdat mensen 18 maanden werden gevolgd en elke zes maanden een MRI-scan kregen. Hierdoor konden de effecten op structuur, metabolieten (stofwisselingsproducten) en functie goed in kaart worden gebracht.

Zijn onderzoek bevestigt dat natalizumab het ontstaan van nieuwe littekens in hersenweefsel voorkomt. Door het medicijn te gebruiken veranderde de concentraties van bepaalde metabolieten in de bestaande littekens. Dit is mogelijk een teken van herstel van het hersenweefsel. Ook verbeterde de subtiele schade in de witte stof buiten de littekens. Deze subtiele schade heeft een relatie met cognitieve klachten. Ook hadden de mensen die het middel gebruikten een stabiel functioneel hersennetwerk.

Wiebenga vond bij mensen met MS die geen natalizumab gebruikten veranderingen in de concentraties van glutamaat (een bepaald soort metaboliet) in hersengebieden waar later littekens ontstonden. Deze veranderingen in glutamaat concentraties ontstaan mogelijk door het binnentreden van ontstekingscellen in de hersenen. Het meten van verhoogde glutamaat concentraties op MRI-scans van de hersenen kan mogelijk in de toekomst het ontstaan van nieuwe littekens voorspellen.

Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt door een subsidie van Stichting MS Research.

 

 

Smoke Signals in a New Light


Optogenetic interventions reveal an important role of dorsomedial prefrontal cortex neurons in encoding nicotine-cue associations.

Nicotine addiction through smoking is one of the leading causes of preventable disease worldwide. A major challenge encountered by those who attempt to quit smoking is the high likelihood of relapse, often driven by nicotine associated cues. These cues gain motivational properties of their own when neutral cues (e.g., the sight of a cigarette lighter) are repeatedly paired with nicotine use and can come to elicit craving and precipitate relapse. This raises the possibility that, if the mechanisms for how the brain encodes these cue associations were understood, treatment could directly target such mechanisms as a means of reducing relapse. In a recent study published in Neuropsychopharmacology, Roeland Struik and Nathan Marchant conducted a series of experiments to investigate the role of the medial prefrontal cortex (mPFC) in encoding nicotine-cue associations in rats. They took advantage of the high time-resolution of optogenetic intervention by decreasing or increasing the activity of neurons in the dorsal and ventral mPFC only during 5-s nicotine cue presentations. They found strong evidence that a population of neurons within the dorsal mPFC is involved in encoding the incentive value of nicotine-associated cues.

Paper: https://www.nature.com/articles/s41386-019-0449-x.pdf

Research Highlight https://www.nature.com/articles/s41386-019-0469-6.pdf

Nature neuroscience artikel


Er is een nieuwe theorie ontwikkeld over de vorming van neuronale lichaampjes in de hersenen van patiënten met de ziekte van Parkinson. Een internationaal team van onderzoekers, waaronder dr. Wilma D.J. van de Berg van Amsterdam UMC, komt tot deze nieuwe inzichten. “Met de allernieuwste microscopische technieken zagen we samenklontering van membranen van mitochondria en andere organellen in Lewy lichaampjes, in plaats van de verwachte eiwitafzettingen. Dit geeft een nieuwe kijk op het ontstaan van de ziekte van Parkinson.” De studie is vandaag gepubliceerd in “Nature Neuroscience”  https://rdcu.be/bHBYA

Hierbij de link naar het persbericht

MSc student vacancy on Brain tissue segmentation with deep learning


Brain tissue segmentation with deep learning

From T1 MR images, invariant to white matter lesions

Automated algorithms for the segmentation of gray matter (GM), white matter (WM) and cerebrospinal-spinal fluid (CSF) are performing sub-optimally in patients with white matter hyperintensities (WMH). WMH occur commonly in MRI scans of elderly people and subjects with neurodegenerative disease such as Alzheimer, Parkinson or multiple sclerosis. A method that has proven to enhance segmentation accuracy is so called ‘lesion filling’ in which white matter lesions are inpainted with normal appearing white matter (e.g. Chard 2010), before the actual segmentation algorithm is run. However, this solution is suboptimal and requires to have a WMH segmentation. The goal of the current project is to develop a deep neural network based algorithm that is capable to segment brain MRI’s from patients with WMHs, into GM, WM and CSF. We will use SienaX segmentation results of inpainted brain scans as gold standard and then train a deep neural network on this gold standard and the non-inpainted, original, MRI scans. A large collection of brain scans (both healthy controls and MS subjects) is available for this project. This should result in a fast method to segment GM, WM and CSF in original MRI scans from people with white matter hyperintensities, without requiring any pre-processing (such as brain-extraction, bias field correction, or inpainting). Tissuesegmentation.png

Requirements

  • Students with a background in computer science, biomedical engineering, artificial intelligence, physics, or a related area in the final stage of master level studies are invited to apply
  • Affinity with programming is required, interest and experience with machine learning and deep learning preferred.

Information

  • Project duration: 6-12 months
  • Supervision: Martijn Steenwijk (Amsterdam UMC), Bram Platel (Radboudumc & Amsterdam UMC) and Rashindra Manniesing
  • Location: Radboudumc, Nijmegen & VUmc, Amsterdam
  • For more information please contact Bram Platel